Ik ben ontslagen ... en dan?

Een arbeidsovereenkomst kan niet zomaar van vandaag op morgen worden beëindigd. Dit kan alleen bij afloop van een contract voor bepaalde duur, in wederzijds akkoord tussen werknemer en werkgever, in geval van overmacht of om een dringende reden.
De werkgever mag een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur slechts beëindigen als hij bepaalde formaliteiten naleeft en een opzeggingstermijn respecteert. De opzeggingstermijn is afhankelijk van het feit dat je je al dan niet nog in de proefperiode bevindt en van je loon, anciënniteit en leeftijd op het ogenblik van het ontslag (zie verder).

Op het einde van de arbeidsovereenkomst moet je werkgever je een aantal documenten overhandigen:

  • een bewijs van volledige werkloosheid (C4);
  • vakantieattesten met vermelding van het betaalde vakantiegeld uit dienst en het aantal nog op te nemen vakantiedagen;
  • fiscale fiche 281.10;
  • tewerkstellingsattest;
  • de individuele rekening van het lopende jaar.

Het formulier C4 laat je toe na afloop van de opzeggingstermijn en indien je op dat ogenblik werkloos bent, je werkloosheidsdossier te laten opmaken. Begeef je hiervoor naar het dichtsbijzijnde ABVV kantoor. Zij zullen je werkloosheidsdossier opmaken en je uitkeringsaanvraag bij de RVA indienen. Schrijf je ook zo vlug mogelijk als werkzoekende in bij de VDAB.

De vakantieattesten dien je te overhandigen aan je volgende werkgever. Aan de hand hiervan zal hij een verrekening maken van je vakantiegeld en kunnen bepalen op hoeveel vakantiedagen je dat jaar nog recht hebt.
Indien je ex-werkgever één van deze documenten weigert af te leveren, neem dan contact op met onze Dienst Sociaal Recht (zie Contact).

Je werkgever moet bovendien volgende tegoeden betalen:

  • loon en andere voordelen voor de laatste betaalperiode;
  • vakantiegeld uit dienst;
  • eindejaarspremie (afhankelijk van de sector);
  • loon voor wettelijke feestdagen die vallen binnen 14 of 30 dagen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
  • commissielonen;
  • uitwinningsvergoeding (handelsvertegenwoordigers).

De bovenstaande bedragen (met uitzondering van de nog verschuldigde commissielonen) moeten bij de eerstvolgende normale loonbetaling uitbetaald worden.

Problemen hiermee, neem dan contact op met onze Dienst Sociaal Recht (zie Contact).

Zoals hoger vermeld moet je werkgever bij ontslag een opzeggingstermijn respecteren. Het ontslag moet hij per aangetekend schrijven betekenen met vermelding van de aanvang en de duur van de opzeggingstermijn.
Als bediende begint de opzeggingstermijn te lopen vanaf de eerste dag van de volgende maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gegeven. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat de opzegging pas uitwerking heeft vanaf de 3de werkdag na de verzendingsdatum van het aangetekend schrijven.

  • Is je bruto jaarloon (eindejaarspremie, vakantiegeld en andere voordelen inbegrepen) lager dan 28.580 euro (2008) dan bedraagt de opzeggingstermijn 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit.
  • Is je bruto jaarloon hoger dan 28.580 euro (2008) dan moet de opzeggingstermijn in onderling akkoord tussen de werkgever en werknemer (mits respect van de opzeggingstermijn van de lagere looncategorie) worden vastgelegd. Indien men tot geen akkoord komt, kan men zich tot de arbeidsrechtbank richten. De rechtbank zal in dit geval rekening houden met je leeftijd, anciënniteit en loon, en dit op basis van een formule. De meest bekende is de formule Claeys.


Voor meer informatie hierover kan je terecht bij onze Dienst Sociaal Recht.

Je werkgever kan ook beslissen dat je geen opzeggingstermijn dient te presteren. Hij verbreekt hierdoor de arbeidsovereenkomst. Deze manier van beëindiging van de arbeidsovereenkomst is niet onderworpen aan bepaalde vormvereisten (mondeling, per gewone brief, aangetekend schrijven). Je werkgever moet dan wel een opzeggingsvergoeding betalen die overeenkomt met de opzeggingstermijn die had moeten gepresteerd worden.